Blogs van Arcon

18-01-2012, Alice ten Dam Reacties (0) Nieuw noaberschap

In het oosten van het land is het leven goed. Tot ver in de vorige eeuw was de samenleving er ingericht volgens vaste patronen. In de verzuilde samenleving speelde het leven zich vrijwel uitsluitend af binnen ieders eigen ‘zuil’. Scholen, sportclubs en sociale netwerken werden gevuld door een groep mensen met één gezamenlijke maatschappelijke of religieuze gezindte. 

Ook de noaberschap werd vanuit de zuilen georganiseerd. Tussen noabers (buren) bestonden (en bestaan op veel plaatsen nog) ongeschreven regels over hoe je voor elkaar klaarstaat op alle momenten van het leven: bij geboorte, huwelijk, overlijden en ziekte. In de sociale omgeving van kerk en noabers waren mensen van wieg tot graf geborgen. Voor bedrijven was iets soortgelijks vanzelfsprekend: ze hielpen elkaar voort en zorgden ervoor dat de bedrijvigheid in de streek bleef.

Langzaam veranderden de opvattingen over de inrichting van het leven. De verzorgingsstaat deed zijn intrede en steeds meer terreinen van het leven werden voortaan van daaruit verzorgd: ‘van de wieg tot het graf’, werd wel gezegd. Emancipatie, zelfregie, individualisering en internationalisering werden belangrijke waarden en de zuilen kregen een veel minder prominente rol.

Ook noaberschap veranderde. De mobiliteit van mensen nam toe en het werd steeds gemakkelijker om te verhuizen naar een heel ander deel van het land. De vanzelfsprekendheid van het omkijken naar je noaber en voor elkaar zorgen in een lokale gemeenschap verdwijnt daardoor langzaam. Mensen weten niet meer zo goed hoe dat moet en verwachten dat ‘de overheid het allemaal wel weet en regelt’.

In deze eeuw komt de behoefte aan geborgenheid en herkenbaarheid weer terug. De groeiende belangstelling voor streekproducten en lokale tradities lijkt triviaal, maar vormt een veelzeggend voorbeeld. Mensen zoeken naar wortels, naar geborgenheid, willen elkaar weer leren kennen. Het oorspronkelijke noaberschap is er nog. 

Ook ontstaat er ‘modern noaberschap’. Mensen komen erachter dat iets samen doen toch leuker is dan alleen. Ze ontdekken dat ze moeten investeren in het sociale leven als ze het goede wonen, werken en leven willen behouden.

Onder het motto ‘samen kom je verder dan alleen en samen is ook veel leuker dan alleen’ ontstaan overal in Nederland nieuwe netwerken. Er wordt gewerkt aan vernieuwing van het noaberschap. Natuurlijk kan iedereen het initiatief nemen voor een netwerk: een burger, maar ook bijvoorbeeld een ondernemer of een huisarts. Niet de oprichter, maar het netwerk zelf is leidend. Binnen het netwerk worden partners het met elkaar eens en werken ze hun de plannen uit in gedeelde verantwoordelijkheid.

Die ontwikkeling past in deze tijd. Want wij, met z’n allen, gaan niet meer zitten wachten tot de overheid zover is. Met de huidige bezuinigingen is het de vraag of wachten op de overheid überhaupt nog zin heeft. Wellicht komt er dan nooit meer iets. Bewoners, ondernemers, instellingen en organisaties slaan de handen steeds vaker in elkaar. Ze willen dat het leven goed blijft en zijn bereid om daar energie in te steken. Netwerken zijn daarbij nodig omdat samenwerking nu eenmaal meer oplevert. Waar belangen eerder tegengesteld leken, ontstaat steeds vaker waardering. Het leven is niet vanzelf goed, daar is inspanning voor nodig: gezamenlijke inspanning! 

Voorbeelden? Een boodschappenbus die ouderen naar de boodschappen toe brengt. Goed voor de buurt, goed voor de ouderen, goed voor de ondernemer. Ondernemers die een kinderboerderij adopteren. Bewoners knappen de boerderij op en beheren die. Er ontstaat een voedingsbodem om elkaar vaker op te zoeken, om meer samen te doen. Nederland barst langzamerhand uit haar voegen van de ideeën. Op 16 februari organiseren wij in Zwolle een grote manifestatie over nieuwe netwerken. Wij zijn benieuwd naar uw ideeën! 

Alice ten Dam/Frans van Ginkel, januari 2012

Reacties (0)

Reageren

Het is niet meer mogelijk om te reageren op deze blog.

Feiten en cijfers

Contact